Geschiedenis

Aam of Ambe is een Germaans woord voor waterloop of rivier. De buurschap Aem of Aam is verbonden met de Aam, een vroegere zijtak van de Rijn. Westeraam was het westelijk gedeelte van het buurtschap Aam en nu dus de naam van de nieuwe wijk. De eerste bewoners bouwden hun hutten op de hogere oeverwallen. De vruchtbare grond was geschikt voor de verbouw van landbouwgewassen. De lager gelegen woeste gronden waren geschikt om te jagen en te vissen. Opgravingen hebben aangetoond dat hier al in de Romeinse tijd mensen woonden. Dat was aanleiding om voor de bouw van Groenoord nader onderzoek te verrichten.


In de zomer van 2002 werden funderingen van stenen muren ontdekt. Het bleek te gaan om een zogeheten omgangstempel uit de Gallo-Romeinse tijd. De term Gallo-Romeins betekent dat de tempel in een Romeinse stijl en met Romeinse technieken is gebouwd, maar met Gallische elementen. Het centrale deel, de cella, waar de beelden van een of meerdere goden stonden, stak als een toren uit boven een overdekte zuilengang, de ‘omgang’. Het geheel stond op een verhoging, met aan de voorzijde een trap. Terwijl de funderingssleuven van de tempel werden vrijgelegd, kwamen de funderingssporen van twee houten voorgangers tevoorschijn. De datering van het oudste heiligdom kon door middel van jaarringenonderzoek van een eikenhouten paal worden vastgesteld tussen 36 en 41 na Chr. De tweede tempel is enkele jaren later gebouwd, waarna rond 100 na Chr. de stenen tempel verrees.

Het duurde tot ongeveer de twaalfde eeuw voordat een begin werd gemaakt met ontginning van nieuwe landbouwgronden. Die ontginning bestond in de eerste plaats uit ontwatering van het laaggelegen gebied, door middel van zogeheten ‘pijpen’ die vanuit de hogere oeverwallen loodrecht werden gegraven. Vanaf de ‘pijpen’ werd het water via een in de dertiende eeuw gegraven kanaal naar een toenmalig meer bij kasteel Doornenburg afgevoerd en vandaar naar nog lager gelegen rivieren. De ‘pijpen’ hebben een belangrijke rol gespeeld in Westeraam, bijvoorbeeld wat betreft de latere perceelindeling.

Tot rond 1900 werden de hogere gronden hoofdzakelijk gebruikt voor akkerbouw en de lagere gronden voor extensieve veelteelt. Op de hogere gronden, die door jarenlange bemesting zeer vruchtbaar waren, werd tabak verbouwd en kwamen boomgaarden voor. Er werden in die tijd veel paarden gehouden en hier en daar wat schapen. Deze agrarische productie vormde de basis voor handel in graan, tabak, fruit en paarden. Al in de Middeleeuwen werden in dit gebied veel paarden verhandeld, met als hoogtepunt de jaarlijkse Paardenmarkt, die tot op de dag van vandaag op de eerste maandag in september wordt georganiseerd. Rond 1920 had Elst ook de grootste fruitveiling van Gelderland. Omstreeks 1900 veroorzaakte de goedkope import van met name tabak een crisis in de landbouw, met als gevolg dat veel akkerland werd omgezet in weiland.

In de jaren ’30 van de vorige eeuw gingen door ziekte veel fruitbomen verloren en enkele tientallen jaren later verdween door ontwatering en ruilverkaveling de rest. De kooppremie van de jaren ’60 betekende het definitieve einde voor de hoogstamfruitbomen. Dat alles maakt het landschap van Westeraam tot wat het voor het begin van de bouwactiviteiten al tientallen jaren was: een open en weids landschap met hier en daar een enkele boom.